Paradijs

Ik kijk om me heen en kan niet anders dan concluderen dat deze plek wel het paradijs moet zijn. De temperatuur, het poepie chique hotel, het goddelijke eten en de oneindigheid aan drank. Maar op dit moment is niets wat het lijkt.

We zijn op Bali, de reis is nog maar net begonnen. Toen we de reis boekten had nog niemand een idee welke gevolgen het Coronavirus zou gaan hebben. Eenmaal op Schiphol hoorden we dat de VS “dicht gingen” en was ik verbaasd: een heel land dicht gooien? Dat kan toch niet! En daarna sloten andere landen -als dominostenen- ook hun grenzen. De wereld zit op slot.

Ook op Bali wordt het steeds rustiger. Het begon op de afgelegen plekken. In Munduk waren wij nog de enige twee gasten, het hotel was open voor ons alleen. Ik denk dat het hotel inmiddels wel dicht zal zijn. Op het eiland Nusa Penida (waar we welgeteld één nacht zaten omdat we halsoverkop terug zijn gegaan naar Bali) waren de restaurants en bars ook al verlaten. En hier in het eens zo drukke Sanur zie je hetzelfde gebeuren.

We zitten in een prachtig luxe hotel met 3 zwembaden, privé zwembad voor de gasten in de mooiste kamers (waar wij gratis naar toe geüpgraded zijn), chique restaurants, preventieve temperatuurmetingen en traditioneel muziekbandje. Het kan niet anders dan dat ook dit hotel in twee weken dicht zal zijn. Alle werknemers staan dan op straat. Er zijn geen rijke toeristen meer om tijdens het ontbijt te vermaken met Gamelan muziek.

In Nederland zullen we de gevolgen merken van de pandemie, maar ik vrees ook voor het lot dat deze mensen te wachten staat: er zal hier geen overheid zijn die de portemonnee trekt en de mensen van een extra kapitaalinjectie zal voorzien. De chauffeur van het hotel op Nusa Penida verdiende per maand zo’n 2,2 miljoen roepia met zijn meer dan fulltime baan. Dat is omgerekend 150 euro. Inmiddels hoeft hij nog maar om de dag te komen en dus krijgt hij ook nog maar de helft aan loon. Zijn werkgever kan geen gebruik maken van zoiets moois als werktijdverkorting en dus maakt hij zich terecht zorgen hoe hij z’n familie moet gaan onderhouden. Zou hij al doorhebben dat hij over een paar weken helemaal niet meer hoeft te komen?

Terug op Bali lijkt het erop dat een taxichauffeur een slaatje wil slaan uit de laatste toeristen: na de rit laat hij ons weten dat hij niet kan wisselen. Het ging om een ritje van € 1,50 en wij hadden niet kleiner dan een briefje ter waarde van €4,00. Normaal zou je misschien wat geërgerd zijn, nu zei ik dat hij het het mocht houden. De man was enorm verbaasd maar hij gaat het geld de komende tijd harder nodig hebben dan wij. Maar ik maak me ook zorgen om de toegankelijkheid van medische zorg. Zullen straatverkopers, horecapersoneel en chauffeurs toegang hebben tot het zorgstelsel? Als de corona-pleuris hier uitbreekt -wat onvermijdelijk is want er zijn hier geen enkele maatregelen getroffen- zullen de zwaksten dan sterven in huis? Temidden van de familie, niet wetende hoe ernstig de situatie is?

Tegelijkertijd maak ik me net als de meeste Europeanen en Australiërs hier zorgen over of en hoe we naar huis komen. Ik kan alleen maar hopen dat we vanavond volgens plan in het vliegtuig kunnen stappen, terug naar huis. Want dit mag dan wel het paradijs lijken, niemand wil hier vastzitten. Het is hier fantastisch maar vooral als je weet dat je ook weer het vliegtuig terug kunt nemen.

Het doet me beseffen dat het paradijs misschien wel dichter bij huis is dan je denkt. Natuurlijk valt er veel te zeiken over Nederland en kunnen veel dingen beter, maar zijn wij niet stiekem allemaal winnaars van de Staatsloterij? Het feit dat mijn wiegje in Nederland heeft gestaan, is een voorrecht dat onbetaalbaar is en waar ik helemaal niets voor gedaan heb. Wij vertrouwen zo op onze welvaart en overheid dat men hier letterlijk zegt: als wij vanavond in het vliegtuig aan de champagne zitten, dan komt alles goed.

Dit bericht is gepost in Blog. Bookmark de link.